Van oude verslagen, de dingen die voorbijgaan

Onlangs vroeg Joop naar oude verslagen van rond 1975 om die een plek te geven op de site van de werkgroep. Inderdaad vond ik er een paar in een stoffige hoek die bij voorgaande opruimronden buiten zicht is gebleven.

Het zijn waarnemingen van een klein groepje tellers, waarvan enkelen nog steeds deel uitmaken van de werkgroep. Van echt inventariseren was overigens geen sprake; het gaat om een overzicht van waarnemingen dat destijds is samengesteld door Hans van de Langkruis.

Ondanks het globale karakter van dit verslag kun je toch interessante verschillen zien ten opzichte van de huidige situatie, vooral als je let op doortrekkende vogels in het najaar. Het oostelijk deel van de huidige plas 28 in kavel 4 was destijds een eldorado in dit opzicht. De plas had flinke ondiepe delen waarop in het najaar vele soorten plevieren, steltlopers en strandlopers aan het foerageren waren. Ook de visarend was een trouwe bezoeker in het najaar en dan niet overvliegend, maar verblijvend; hij zat dan vaak in de abelen naast de plas. Er was een populair duintje van waaruit je dit alles met de zon in de rug kon bekijken. Dit uitzichtpunt was eenvoudig te vinden vanwege het grote aantal sigarettenpeuken dat er op de grond lag; roken was in die tijd net zo gewoon als ademhalen.

Het andere document is een eerste waterwild telling met, opvallend, een kaartje waarop verstoringen en de aard ervan zijn ingetekend. Door te klikken op onderstaande afbeeldingen kan je ze lezen.

Jaarrond telling van Zuid-Berkheide uit 1975.

Watervogeltelling februari 1976

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Joop de Leeuw -

    Bijzonder in mijn nopjes met deze verslagen, dank Joost! Ze geven een heel
    aardig inzicht hoe het eraan toeging in die beginjaren. Ook zie je dat de vogelsamenstelling aanzienlijk verschilde in die dagen.
    Op de lijst uit ’75 zien ik broedvogels als bergeenden, patrijzen, kleine plevieren, watersnippen, wulpen, tureluurs, zilvermeeuwen, kokmeeuwen, stormmeeuwen, tortelduiven, veldleeuwerikken, tapuiten en paapjes, om maar een paar soorten te noemen. Maar ook grauwe klauwieren werden regelmatig gezien. En wat te denken van bonte kraaien waarvan er bijvoorbeeld 80 exx. werden gezien in oktober (kom daar nu maar eens om).

  • Gijsbert van der Bent -

    Fantastisch! Ik moest heel lang kijken naar die kaart van de Watervogeltelling, snapte er niks van, maar die staat gewoon op z’n kop.

  • Gerrit van Ommering -

    Leuk! Deze verslagen van 1975 kende ik nog niet. Mijn archief van vogelverslagen Berkheide begint met 1976, en is vanaf dat jaar compleet.

  • Gijsbert van der Bent -

    Hoewel ik wel al deelnemer was aan het onderzoek, heb ik deze verslagen ook niet. In ieder geval niet bewaard. Maar ik denk ook dat Hans van de Langkruis toentertijd erg zuinig was met doorslagen van de getikte verslagen en dat we ze misschien niet eens gekregen hebben.

  • Laat een reactie achter op Gerrit van Ommering Antwoord annuleren

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    error: Content is protected !!