Stijgers en dalers

Een lang bericht ditmaal, maar dat zit voornamelijk in de grootte van de plaatjes. Qua tekst heb ik me behoorlijk ingehouden :-). We hebben het broedseizoen van 2020 er weer een tijdje opzitten. Gelukkig kon er ondanks alle coronaperikelen gewoon geteld worden. Ik heb een paar sterk toe- en afnemende soorten van de afgelopen jaren hier op een rijtje gezet om te zien hoe deze winnaars en verliezers het afgelopen jaar hebben gepresteerd. Omdat we van Berkheide zo’n mooi lange reeks van tellingen hebben, laat ik Lentevreugd en de Coepelduynen hier buiten beschouwing.

De stijgers:

 

Aalscholvers hebben zich vanaf 2010 gevestigd op een paar eilandjes in drie kolonies op de plassen door heel Berkheide. Die kolonies zijn explosief gegroeid de afgelopen jaren, maar dit jaar is door voor het eerst een kentering in gekomen. In het zuiden hebben een aantal nestbomen het loodje gelegd, klaarblijkelijk hebben de bijbehorende Aalscholvers zich niet elders in Berkheide gevestigd.

 

De Boomleeuwerik is een tijd afwezig geweest. Vanaf 1999 vestigde de Boomleeuwerik zich opnieuw en maakte een stormachtige ontwikkeling door. Afgelopen jaar was daar geheel mee in lijn.

 

De Braamsluiper is sinds 1984 met vallen en opstaan gestaag in aantal gegroeid. Ook 2020 laat een stijging zien ten opzichte van 2019.

 

Gekraagde roodstaarten zijn lang in lage aantallen aanwezig geweest in Berkheide, tot 2008.  Nu zijn ze bijna in elk bosje te vinden. In 2018 was er een terugslag, maar 2020 laat zien dat ze de weg naar boven weer gevonden lijken te hebben.

 

Ook de groenling zat fors in de lift de afgelopen jaren, het bekende trillertje was op veel plekken te horen, maar 2020 laat plotseling een forse afname zien.

 

Er zullen weinig soorten zijn die zo’n snelle ontwikkeling laten zien als de Cetti’s zanger. Eigenlijk past de explosieve manier van zingen van dit moerasvogeltje wel bij de groei die ze doormaken: na een aarzelend begin in 2012 en later in 2018 en 2019, lijken ze nu niet meer te stoppen. Geheel in lijn met de landelijke trend. Typisch een soort die profiteert van de opwarming en die zijn grenzen rap opschuift naar het noorden. Ze schijnen als standvogel overigens slecht tegen lage temperaturen te kunnen, dus de opmars kan ook zo maar weer gestuit worden.

 

De dalers:

 

Eeuwig zonde van zo’n mooie vogel. Vroeger beschouwd als een typische duinsoort in het westen, tegenwoordig heb je meer kans om hem tegen te komen bij met populieren omringde sportvelden. Landelijk gaat de soort eerder vooruit, maar op zandgronden gaat hij achteruit, naar aangenomen wordt door afnemende mierenaantallen, het stapelvoedsel van de Groene specht.

 

Na jaren van daling sinds eind jaren ’90 lijken de aantallen van de Houtduif zich gestabiliseerd te hebben. De afname van de Houtduif valt samen met de vestiging van de Havik in Berkheide. Het lijkt aannemelijk dat er een nieuwe balans is ontstaan.

 

De Kuifeend neemt al jaren af als broedvogel en 2020 vormt daar geen uitzondering op. De infiltratieplassen zijn eenvoudig te schoon (=voedselarm) geworden voor deze soort.

 

De Bosrietzanger is als late zomergast zo’n beetje de afsluiter van het broedseizoen. Landelijk een algemene soort, in Berkheide komt hij spaarzaam voor. Daarbij neemt hij geleidelijk en bijna onzichtbaar af, terwijl het terrein er op het oog geschikt uitziet. Gelukkig sluiten we 2020 positief af voor de Bosrietzanger, maar gezien het grillige verloop van zijn voorkomen ben ik er niet gerust op… Co en ik zijn het erover eens, het gezang van enkele Bosrietzanger in een rietveld is de kers op de “inventarisatietaart”, dus ik hoop maar dat deze soort zich weet te handhaven.

 

Hoewel kort, maar ook de Koekoek lijkt zich te stabiliseren de laatste jaren, net als de Houtduif. Komst van de Havik? Minder nesten van Kleine Karekieten om te parasiteren? Minder rupsen? Alledrie? Wie zal het zeggen…

 

Beetje vreemd om de Merel als daler aan te merken, ik had hem net zo goed bij de stijgers kunnen plaatsen, na alle voorbije jaren van stijging (net als andere bosvogels).  Sinds 2017 is echter het Usutuvirus het verhaal binnengekomen en dat is goed te zien in de grafiek. In 2020 heeft de daling zich doorgezet. Hoewel niet dramatisch, lijken we nog niet van dit virus af te zijn.

 

 

 

  • Gijsbert van der Bent -

    Ach, wat erg van die Groene Specht. Over die Bosrietzanger zit ik veel minder in. Toch meer een vogel van de ruige meuk die we in Berkheide juist aan het bestrijden zijn, en zeker geen typische duinvogel.

    • Joop de Leeuw -

      Klopt Gijs, geen duinvogel, en ik heb net even bij Sovon gekeken: landelijk is de Bosrietzanger stabiel. Heeft ook alles te maken met de voorkeuren van de teller 🙂

  • Gerrit van Ommering -

    Jammer dat aantallen per 100 ha worden weergegeven, en niet de reële aantallen van het geïnventariseerde gebied (dat ieder jaar gelijk is).
    Voor de Aalscholver speelt ook mee, dat in zuidelijke kolonie enkele jaren geleden aardig wat bomen zijn gekapt.

    • Joop de Leeuw -

      Je hebt gelijk, maar als je de aantallen in gedachten met 10 vermenigvuldigt zit je aardig in de buurt van de reële getallen.

  • Bas vd Burg -

    Jammer dat Lentevreugd niet is meegenomen Joop haha. Met een reeks van 16 jaar nu kun je het denk ik best meenemen toch??? Al ben ik bang dat de Bosrietzanger dan wel een vertroebeling geeft met 15 territoria dit jaar op 100 ha 😂

  • Een reactie plaatsen

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    error: Content is protected !!