Pietepeuterig

Ik schrijf dit terwijl de regen naar beneden gutst. Prima natuurlijk met die droogte, maar gelukkig was het afgelopen woensdag nog mooi zonnig weer. Dat was de dag dat ik met mijn goede vriend Liekele Sijstermans een bezoek bracht aan Berkheide om sluipwespjes te verzamelen uit de families Mymaridae (elfenwespjes), Trichogrammatidae (dwergwespen) en de Aphelinidae (bladluiswespen). Ik zeg met opzet sluipwespjes omdat de insecten waar hij aan werkt in veel gevallen niet groter zijn dan een millimeter. Om een indruk te geven: hij vertelde een verhaal over stofluizen, zie de afbeelding hieronder. Stofluizen zijn die bewegende puntjes die over je papier wandelen, of, als je pech hebt, in je meelbus. De stofluis loopt hier over millimeterpapier. De eieren van zo’n stofluis kunnen geparasiteerd zijn door een sluipwesp. Dat wil zeggen dat er uiteindelijk een complete (sluip)wesp uit een ei van een stofluis kruipt …

Stofluis op mm-papier

Om insecten van een dergelijke grootte te verzamelen kun je niet volstaan met een standaard insectennet. Liekele hanteert twee methoden. De eerste is het uitzetten van felgele bakjes met een laag water en zeep, waar vooral kleine vliegen en wespen invallen of -vliegen, al of niet aangetrokken door de kleur. Bij de tweede methode wordt een tweelagig net gebruikt waarmee je zelfs door de stekelstruiken (Duinroosjes!) kunt slepen. In beide gevallen komt de inhoud in meegesleepte vaatjes terecht die 5-6 liter water bevatten. Een heel gesjouw dus, en je hebt geen idee of je de sluipwespen verzameld hebt waar het allemaal om te doen was. Dat weet je ook nog nauwelijks als je dezelfde avond in een grote bak een eerste sortering maakt en alle insecten voorzichtig met een pincet scheidt van het plantenmateriaal dat is meegekomen. Er wordt niets weggegooid, Liekele zorgt ervoor dat alle insecten naar de aangewezen specialisten gaan en hij houdt zelf de sluipwespen op alcohol achter. Alle potjes worden nauwkeurig voorzien van vindplaatscoördinaten en andere gegevens en als zo’n potje aan de beurt is, worden er preparaten gemaakt van de sluipwespjes en begint het bestuderen onder de microscoop. Veelal bestaat de literatuur uit aparte soortbeschrijvingen of determinatietabellen, soms vooroorlogs. Als je geluk hebt uit Nederland, maar de meeste literatuur komt uit Oostenrijk, Rusland, Amerika en ga zo maar door.

Het is dus niet verwonderlijk dat je meteen specialist ben als je deze wespen bestudeert, want er zijn maar heel weinig mensen die zich zoveel moeite getroosten. Voor Liekele is het ook vrij normaal dat hij geregeld een nieuwe soort voor Nederland aantreft. Ik (en de terreinbeheerder Staatsbosbeheer) zijn erg benieuwd wat voor vondsten hij gedaan heeft in Berkheide, ik kom er te zijner tijd op terug!

Liekele in actie met sleepnet.

…en nu maar zoeken naar die sluipwesp van 0,5 mm.

 

De gele bakken met een laagje water

 

Aphelinus, een voorbeeld van de Aphelinidae

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!