Nek aan nek

Grasmus en Fitis (foto’s René van Rossum)

Of het een verkiezingsuitslag betreft.

“Gaat de Grasmus de Fitis voorbij?” is een vraag die je jaarlijks kunt beluisteren binnen de werkgroep.

Toen ik eind negentiger jaren startte met vogels tellen in Berkheide was het duidelijk dat de Fitis de meest algemene soort was. Je liep op sommige stukken van “Fitis naar Fitis”, soms in zulke dichtheden dat je er horendol van werd als startende inventarisant. De Grasmus was altijd een goede tweede. In de loop van de jaren zagen we de Fitis geleidelijk aan schaarser worden. Bij de Grasmus zagen we iets dergelijks, maar minder duidelijk. We zijn nu aangeland bij een tussentijdse (want de race gaat door) fotofinish, waarbij de Grasmus een neuslengte voorsprong heeft. Dat is nog maar twee keer eerder gebeurd in de afgelopen 30 jaar, namelijk in 2002 en 2003.

Moeten we het erg vinden dat de Fitis achteruitgaat in Berkheide? Daar is niet zo eenvoudig antwoord op te geven. Ik persoonlijk hoor liever het melancholieke liedje van een Fitis dan het gekras van een Grasmus, maar ja…

Fitissen én Grasmussen houden van half-open landschap, vooral struiken omringd door mos- en grasland. Het zijn allebei insecteneters en ze broeden dicht bij de grond. Nu is er het nodige veranderd in de duinen de afgelopen jaren. Er is meer bos en struikgewas bijgekomen. Schrale mosvlaktes zijn op een aantal plaatsen veranderd in grasland, of ze vallen ten prooi aan verstuiving, waardoor er kale plekken ontstaan. Mogelijk zijn de condities aantrekkelijker voor de Grasmus geworden als voor de Fitis. Nu is de stikstofbelasting uit de lucht fors toegenomen de afgelopen jaren, waardoor de duinen “vergrassen”, wat natuurlijk niet positief te noemen is, maar of dit het hele verhaal is? Fitis en Grasmus zijn trekvogels en mogelijk is de winteroverleving de afgelopen jaren bij de Fitis meer verslechterd. In de Vogelatlas van Nederland van Sovon wordt gesuggereerd dat met name droogtes  in het overwinteringsgebied van grote invloed kunnen zijn op de dichtheid bij beide soorten in Nederland.

Wat verder opvalt is dat de pieken en dalen samenvallen voor beide soorten. Een slecht/goed jaar voor de Fitis is ook een slecht/goed jaar voor de Grasmus.

Benieuwd of landelijk hetzelfde beeld laat zien? Ik gebruik hiervoor de soortinformatie van de onvolprezen website van Sovon:

Een dalende trend bij de Fitis. Eén van de meest algemene zangvogels verliest dus in heel Nederland terrein. Verder treden voor beide soorten de uitschieters naar boven en beneden in dezelfde jaren op. De landelijke spectaculaire stijging van de Grasmus zien we echter bij ons niet terug. Dit zou kunnen komen doordat de duinen een “kerngebied” zijn, waar de Grasmus zijn maximale dichtheid bereikt heeft en dat de toename vooral elders optreedt. Om de verspreiding van deze soorten te volgen is het kortom waardevol om, naast de landelijke cijfers, ook binnen landschapstypes (in ons geval de duinen) de aantallen te monitoren.

Eén reactie - Een reactie plaatsen
  • Gijsbert van der Bent -

    Geweldig interessant weer! Toen wij begonnen met de vogelarij (jaren zeventig) was de Grasmus een zorgenkindje. Dat werd toen 1 op 1 toegeschreven aan de omstandigheden in Afrika. Dan moeten die gaandeweg ook 1 op 1 verbeterd zijn.
    De Fitis zag ik in december 2019 in Namibie. Ongelofelijk, dat je na zo’n absurd lange trekweg in een van de droogste landen ter wereld terecht moet komen…..

  • Een reactie plaatsen

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    error: Content is protected !!