MiniMaxi

Als je aan het eind van het broedseizoen je gegevens “verzendt” naar Sovon krijg je een aantal controles die de meest recente telling vergelijken met de tellingen over de gehele periode vanaf de tachtiger jaren. Dit om te voorkomen dat er heel onwaarschijnlijke waarnemingen worden meegenomen (bijvoorbeeld door tikfouten). Allereerst mag je een lange rij vinkjes zetten achter een lange rij vogels bij tweeëntwintig kavels. Hiermee geef je aan dat je een bepaalde soort weliswaar niet gezien hebt, maar dat je hem wel degelijk geteld zou hebben, ware het dat je ‘m gezien zou hebben… (is net zo saai als het lezen van deze zin). Vervolgens krijg je een paar lijstjes gepresenteerd:

  1. Een lijst van verdwenen soorten per kavel (over het algemeen een wat lange deprimerende lijst).
  2. Een lijst van alle nieuwkomers (specifiek voor het kavel dat je aan het “verzenden” bent)
  3. Alle soorten die in het recente jaar meer voorkwamen dan in alle voorafgaande jaren (het huidige maximum en het vorige maximum in aantallen)
  4. Alle soorten die nog nooit in zulke lage aantallen voorkwamen dan in de voorafgaande jaren (het huidige minimum en het vorige minimum.

De nieuwkomers en verdwenen soorten per kavel heb ik achterwege gelaten, maar terwijl ik kavel na kavel definitief aan het maken was viel me wat op.  De soorten die een topjaar hadden dit jaar op een bepaald kavel, hadden ook vaak een maximum in andere kavels.  In een wat mindere mate gold dit ook voor soorten die nog nooit zo laag “scoorden” als dit jaar. Zie de tabel hieronder.

Ik heb geen aantallen gebruikt, maar groen betekent een nieuw maximum dit jaar en rood is een nieuw minimum. Neem de Boompieper: deze is in kavel 3 en in kavel 8 nog nooit zo vaak waargenomen dan 2021. Ik heb het niet nagekeken, maar het zou zo maar kunnen dat de Boompieper dit jaar met drie paar in kavel 3 nog nooit zoveel Boompiepers heeft gehad vanaf de tachtiger jaren, maar dat in kavel 7a er 10 zaten, maar ja, 2001 waren dit er nog 11, dus geen groen vakje…

Wat zegt dit nu? Allereerst is het volgens mij een compliment voor alle waarnemers, want die zijn onafhankelijk van elkaar in staat gebleken om veranderingen in aantallen te onderkennen. Een soort met een groen vlakje in een bepaald kavel heeft zelden een rood vlakje in een ander kavel. Er is ook wel het e.e.a. op af te dingen, denk bijvoorbeeld aan de Aalscholver die een kolonie in een bepaald kavel opgeeft om elders uit te breiden, of sommige kavels die een aparte ontwikkeling doormaken zoals een Lentevreugd, waar volop successie gaande is, of de Coepelduynen, met een heel andere dynamiek als Berkheide.

Er zijn een paar soorten die er wat mij betreft uitspringen.
De “winnaars” in dit plaatje zijn de Braamsluiper, de Cetti’s Zanger, de Grote Bonte Specht, de Nachtegaal(!), de Putter, de Tuinfluiter en, het meest spectaculair, de Zwartkop.
De “verliezers” zijn vooral de Fitis en, heel opvallend, de Heggemus.

  • Gerrit van Ommering -

    Opmerking over de Oeverzwaluw in kavel 5a. Vorig jaar voor het eerst als broedvogel vastgesteld, dit jaar zaten ze er ook maar in lager aantal. Rood vakje voor voor nieuw minimum dit jaar is dus misplaatst, want het oude minimum was 0 in alle andere jaren.

  • Joop de Leeuw -

    Misschien wordt er geen rekening met nullen gehouden bij de bepaling van mimima en maxima. Binnenkort komen alle cijfers op de website en dan blijkt snel genoeg of mijn (voorlopige) conclusies overeind blijven.

  • Laat een reactie achter op Gerrit van Ommering Antwoord annuleren

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    error: Content is protected !!